welkom op www.bolletjeom.nl

Al 12 jaar de wereld rond reizend.... and still going strong!

Geschiedenis van Cuba

De geschiedenis van Cuba.

Niet iedereen vind het boeiend om te lezen over de geschiedenis van het land waar hij/zij naar toe op vakantie gaat. Met Cuba ontkom je er bijna niet aan. Het hele land en zijn toeristische Highlights draaien om DE revolutie.
Wij weten in Nederland vrij weinig van de geschiedenis van Cuba en veel informatie is ook nog eens vertekend door het beeld dat de Verenigde Staten graag schept van Cuba.
Lees onderstaande tekst dus toch maar eens door, dan begrijp je het land en de bezienswaardigheden beter wanneer je in Cuba bent

INDIANEN EN EUROPEANEN

Ongeveer 1000 voor Christus vestigen in Cuba zich de 1e indianen stammen. Uiteindelijk leefde er 3 verschillende stammen in Cuba.
In 1492 komt Columbus langs Cuba. In 1511 werd Cuba veroverd door de Spanjaarden. In 1550 waren vrijwel alle indianen omgebracht of gestorven aan westerse ziektes. In 1522 werden de eerste slaven binnengebracht om de indianen te vervangen in de velden.

GOUDEN TIJDEN

Nadat de goudvoorraad op was, was Cuba vooral van strategisch belang. De hoofdstad Havana werd gebruikt als tussenstop voor de met goud en zilver beladen schepen die vanuit Latijns Amerika naar Europa voeren.  
Veel landen probeerden Cuba te veroveren van Spanje. De Britten hebben in 1762 een korte tijd Cuba in bezit gehad. In deze korte periode hebben zij veel slaven naar Cuba gestuurd en ervoor gezorgd dat Cuba handel ging drijven met andere landen. Engeland ruilde uiteindelijk Cuba voor Florida waardoor Cuba weer Spaans werd.
Rietsuiker was ondertussen het grootste export product geworden met de VS als grootste afnemer. In 1808 deed Thomas Jefferson het eerste bod om Cuba te kopen van de spanjaarden en in 1845 probeerde de VS het nog eens met een bod van $100 miljoen.

DE ONAFHANKELIJKHEIDSSTRIJD
De strijd van de cubanen tegen de Spaanse overheersing vond plaats in meerdere etappes

Deel 1:
Rond 1848 begon er onrust te ontstaan bij de bevolking. De Cubanen van Spaanse afkomst die in Cuba geboren waren raakte gefrustreed. Zij hadden altijd lagere baantjes dan de uit Spanje gezonden handelaren en beambten. Deze controleerden het land en zaten in ’t bestuur.

Carlos Manuel de Céspedes is een rijke grootgrondbezitter in het oosten van Cuba en hij geeft in 1868 het startsein voor de Cubaanse opstand. Op 10 oktober van dat jaar geeft hij de slaven die op zijn grond werken te kennen dat ze vanaf dan allen vrij man zijn. Hij roept hen vervolgens allen op in opstand te komen tegen de Spanjaarden.
Céspedes doet tevens de Grito del Yara (kreet van de Yara) waarmee hij de onafhankelijkheid van Cuba uitroept. Yara is een plaats in het oosten van Cuba en tevens de eerste stad die Céspedes samen met zijn mannen probeert in te nemen. De Tienjarige Oorlog waarin Cubaanse vrijheidsstrijders het opnemen tegen de Spaanse kolonisator, is begonnen.
Céspedes wordt in 1869 gekozen tot president van de republiek Cuba, een republiek die niet erkend werd door de Spanjaarden. De grootgrondbezitter bleef president tot 1873.Carlos Manuel de Céspedes maakt het einde van de oorlog niet mee. In februari 1874 wordt hij gedood door Spaanse troepen. In de jaren daarna strijden Maceo en Gomez nog verder met hun legers maar de spanjaarden winnen uiteindelijk in 1878

In 1880 werd uiteindelijk ook op Cuba de slavernij afgeschaft. De voormalige slaven streden later mee in de onafhankelijkheidsoorlog.
In 1895 keert dichter José Marti keert terug uit ballingschap uit de VS en organiseert samen met Gomez de tweede onafhankelijkheidsoorlog. Marti sterft al snel in de strijd maar zal altijd Cuba's grootste held blijven. De oorlog sleepte zich voort. Het Spaanse leger raakte uitgeput door al deze strijd en werd steeds wreder. Dit tot afschuw van de rest in de wereld, deze stond dan ook achter de opstandelingen. Amerika zond oorlogsschip "Maine" naar Cuba en na de onverklaarbare ontploffing van het schip verklaarde ze Cuba de oorlog. De verenigde Staten wilde Cuba op die manier toevoegen aan hun grond gebied.
De verenigde staten zeiden de onafhankelijkheidsstrijders te steunen. Enkele maanden later was de strijd gestreden met winst voor de VS (1898). Toen bleek dat de cubanen niet uitgenodigd waren bij de "vredesverklaring" tussen Spanje en de VS kwam de rest van de wereld in opstand.
De VS besloot onder die publiek opinie Cuba niet toe te voegen aan zijn rijtje staten maar ze een beperkte onafhankelijkheid te geven

Amerikaansgezinde regeringen werden geïnstalleerd en Amerikaanse troepen hielpen mee in de ordehandhaving. De Amerikanen schrijven de Cubaanse grondwet, en maken een basis in Guantanamo.
Tussen 1900 en 1930 kende Cuba terug een grote bloei, gevoed door de dollars van de VS. In het platteland was er grauwe armoede, maar in de steden, en vooral in Havana was er rijkdom. Havana werd het uitgangsoord van de VS. Hier kon gedronken en gegokt worden en de mafia had hier grote belangen.
Met de grote depressie van 1929 stortte de suikerprijs in en met deze ook de eenzijdige (suiker)economie van Cuba.
Ook de VS zitten in moeilijkheden en de dollars komen niet zo vlug meer. De grote armoede, vooral op het platteland van de boeren en arbeiders staat in grote tegenstelling met de rijkdom die er nog is in de steden. Ondertussen is tweederde van het oppervlakte van Cuba in handen van Amerikaanse grondbezitters.

BATISTA'S MILITAIRE COUP
    
Van 1926 tot 1933 was Gerardo Machado president. De corruptie van zijn regime leidde tot brede oppositie. Sergeant Batista en zijn mannen pleegden in 1933 een staatsgreep. Aanvankelijk kwam er een regering met een gematigd linkse signatuur, onder leiding van Ramón Grau.
Al snel bleek Batista, die zich direct na de staatsgreep tot kolonel en opperbevelhebber had laten promoveren, de sterke man achter de schermen te zijn. In 1934 zette hij Grau af, van 1940 tot 1944 was hij de gekozen president.

In 1952 deed Batista mee aan de democratische verkiezingen in Cuba. Hij dacht nog populair genoeg te zijn en had een deal gesloten met de Amerikaanse Mafia die hem financieel heel goed uitkwamen. Echter leek ene Fidel Castro de verkiezingen te gaan winnen waardoor Batista besloot om nog eens een militaire coup te plegen om op die manier de verkiezingen voor te zijn.
Batista legde het land een keiharde dictatuur op. Er was geen grondwet meer en ook het parlement werd ontbonden. Ook werd er heel veel geweld gebruikt tegen de bevolking.
Onder het bewind van Batista was dertig procent van de bevolking werkeloos, en kon een vijfde deel noch lezen noch schrijven. Onderwijs en gezondheidszorg waren er uitsluitend voor de rijken en veel kinderen stierven van de honger. Daardoor ontstond er een Cuba waarin er een groot verschil tussen arm en rijk te vinden was. In deze omstandigheden was het logisch dat de revolutionairen een revolutie wilden gaan ontketenen.

FIDEL CASTRO
Fidel Castro was natuurlijk niet blij met de hem ontnome kans op het presidentschap en met de situatie waarin Cuba zich bevond. Hij leide een revolutionaire beweging van zo’n 150 medestanders en deed voor het eerst hard van zich horen door een mislukte aanval, op 26 juli 1953, op de Moncada-kazerne. De slecht bewapende rebellen dachten gebruik te maken van het carnavalsfeest om een flinke hoeveelheid wapens buit te maken. Maar de operatie eindigde in een enorm bloedbad, waarbij het merendeel van de groep rebellen de dood vond. De overlevenden werden gevangengenomen. Fidel was tijdens zijn proces zelf advocaat en hield een fel pleidooi voor de revolutie. Hij sprak over de strijd tegen onrechtvaardigheid en de onderdrukking van Batista. Fidel Castro kreeg 15 jaar gevangenisstraf, maar kwam in 1955 al vrij toen Batista algemene amnestie verleende.

DE REVOLUTIE
Na zijn vrijlating begon hij vanuit zijn ballingsoord in Mexico, samen met enkele anderen, waaronder de jonge Argentijnse arts Ernesto ’Che’ Guevara, aan de voorbereiding van een invasie in Cuba.

In november 1956 kwamen 82 deelnemers aan de expeditie met het schip Granma aan in Cuba. Opnieuw liep de operatie uit op een fiasco. De rebellen uit Mexico werden aan de kust opgewacht door regeringstroepen. slechts 12 man overleefde het avontuur.
Batista liet het bericht verspreiden dat Fidel gedood was, maar Castro deed in februari 1957 een meesterlijke tegenzet. Hij liet de Amerikaanse journalist Herbert Mathews naar zijn kampement in de bergen komen voor een interview. Enkele dagen was Fidel voorpaginanieuws in de Verenigde Staten. Hij leefde en was vastbesloten de revolutie voort te zetten. Batista was voor de ogen van de wereld voor schut gezet.
Vanuit de Sierra Maestre begon de groep overlevenden aan de organisatie van een guerrillabeweging, die overigens bij de tegen Batista gerichte oppositie wel, maar bij de Communistische Partij weinig of geen sympathie oogstte.
De guerrilleros probeerden steun te verwerven onder de boeren, onder meer door illegale krantjes uit te geven, te alfabetiseren en te organiseren
Eind 1958 had de beweging zich zodanig verspreid en versterkt en was de oppositie tegen Batista zo algemeen geworden, dat deze zich - toen ook het leger hem niet meer steunde - gedwongen zag met vele aanhangers de vlucht te nemen op 31 december 1958. Dit was enkele dagen nadat Che Guevara in Santa Clare het leger van Batista een zware klap had toegebracht.
Op 1 januari 1959 was de overwinning van de revolutie compleet. Fidel werd als bevrijder binnengehaald in Santiago de Cuba. Het nieuwe tijdperk werd ingeluid met een bevrijdingskaravaan die van Santiago naar Havana reed en onderweg alle grote steden aandeed. Daarmee was de overwinning een feit.


Een van de eerste taken na de revolutie was de afrekening met het regime van Batista. De aanhangers van Batista die niet hadden kunnen vluchten, kregen grote showprocessen. Intussen versterken Castro en de andere revolutionaire leiders hun populariteit bij het gewone volk, die hun een bijna religieuze verering schonk.
Vanaf het begin van Castro’s regime waren er problemen met de Verenigde Staten. Amerika was niet gecharmeerd van Fidel Castro. Aan de Cubaanse kant werd duidelijk dat er ook het anti-Amerikanisme een onderdeel van de revolutie was. Tegen het einde van 1959 had de nieuwe regering haar macht gevestigd en wisten ze wat ze wilden: alle Amerikaanse bedrijven Cuba uit, veel vriendschappelijker betrekkingen met de Sovjet-Unie en de industrie en landbouw in handen van de staat. Deze plannen zorgden ervoor dat de elite vluchtten. Van 1960 tot 1962 vluchtten er 200.000 mensen, die hoofdzakelijk naar Florida en New Jersey gingen.


VARKENSBAAI

Als Cuba in 1960 economische verdragen met de Sovjet-Unie sluit, dan is de VS woedend. President Eisenhower laat suikerrietvelden in Cuba in brand steken en schrapt alle aankopen van suiker die zij eerder al met Cuba sloten. Cuba bleef dus met grote suikeroverschotten zitten. Cuba reageert dan door alle Amerikaanse bedrijven in Cuba staatseigendom van Cuba te maken. Amerika legde Cuba een embargo op. Tegelijkertijd tekende Cuba nieuwe handelsakkoorden met de Sovjet-Unie, en beloofden premier Chroestsjov iedere Amerikaanse interventie op Cuba te zullen bestrijden.

In het Witte Huis waren de voorbereidingen voor deze interventie al aan de gang. President Eisenhower had de CIA toestemming gegeven Cubaanse ballingen te bewapenen en hen in Centraal-Amerika te trainen. Het besluit om de invasie werkelijk uit te voeren kwam van president Kennedy. Kennedy twijfelde echter. Een paar adviseurs waren er tegen, op grond van morele en politieke overwegingen. Maar Kennedy voelde zich verplicht om het advies van het ministerie van Buitenlandse Zaken, de CIA en het Pentagon op te volgen. Zij verzekerden hem van een goede afloop en dat een geslaagde invasie zou leiden tot een grote opstand in Cuba tegen Castro. Dus gaf Kennedey zijn toestemming.

Landing in de Varkensbaai

De CIA had het volgende in gedachte:
Het Cubaanse invasieleger dat uit ongeveer 1400 mannen bestond, zou ‘s nachts aan de zuidwestkust van Cuba bij de Varkensbaai aan land gaan. Van de bases in Guatemala en Nicaragua zouden ze met vijf oude boten vertrekken. De landing zou niet gehinderd worden door Castro’s kleine luchtmacht, omdat Cubaanse en Amerikaanse vrijwilligers van tevoren deze luchtmacht op de grond zouden uitschakelen. Men rekende erop dat hun mannen de steun van de bevolking zou krijgen, in elk geval voldoende om het Escambray gebergte te kunnen bereiken en het daar drie dagen tegen Castro’s leger uit te houden. Volgens het plan waren drie dagen voldoende om snel een ‘Cubaanse voorlopige regering’ naar Cuba te brengen. Die regering bestond uit leden van de verbannen groeperingen. Die regering zou dan officieel om Amerikaanse hulp vragen om Cuba te helpen bevrijden. De Verenigde Staten zou de voorlopige regering direct erkennen en zo een wettig excuus hebben om te interveniëren. Een Amerikaans vliegdekschip en andere legereenheden zouden in de buurt blijven om troepen aan land te brengen, wanneer de interventie wettig geworden was.

Hoe het uiteindelijk verliep in de Varkensbaai:
Op 15 april 1961 werden een aantal Cubaanse vliegvelden gebombardeerd. Het bombardement moest een waarschuwing voor Castro zijn, maar via zijn spionnen was Castro allang op de hoogte van de trainingskampen en een naderende invasie en had hij zijn vliegtuigen allang verplaatst. Op 16 juli landde een kleine groep van de Brigade in de varkensbaai waar ze werden opgewacht door het Cubaanse leger.
De Cubaanse luchtmacht had twee schepen met voorraden tot zinken gebracht. Na de landing trokken de andere schepen zich op zee terug, om niet door hetzelfde lot getroffen te worden. Ze bleven op zee liggen, met de noodzakelijk voorraden van de Brigade aan boord. Ondertussen waren op verschillende belangrijke punten de parachutisten van de Brigade ver van hun doelen terechtgekomen. Zij beschikten ook niet over de juiste middelen om de wegen naar de kust af te sluiten voor de oprukkende troepen van Castro. Een aantal B-26’s van de Brigade werden door Castro’s straaljagers neergehaald. Het Amerikaanse vliegdekschip dat buiten de Cubaanse wateren voor anker lag, kwam de 2506-Brigade niet te hulp en ook kwamen er geen Amerikaanse straalvliegtuigen.

Op 16e en 17e april hoorde Kennedy van zijn adviseurs van de CIA en het Pentagon dat de 2506-Brigade alleen nog maar gered kon worden, door een Amerikaanse interventie. Maar van een Amerikaanse interventie kon nu in politiek opzicht geen sprake meer zijn. Voor de hele wereld stond de Amerikaanse betrokkenheid bij de invasie vast.

De leden van de Brigade vochten keihard. Toen de magere verdediging van de landingsplaats door Castro’s mannen overrompeld werd, verdedigden de leden van de 2506-Brigade zich met pistolen tot hun munitie opraakte. Honderden mannen sneuvelden. Enkelen ontsnapten via de moerassen langs de kust naar de bergen, waar ze later weer gevangen genomen werden. 1113 mannen, gaven zich aan Casro over. De 2506-Brigade had in het totaal 62 uur weerstand kunnen bieden
De Cubaanse bevolking was niet in opstand gekomen tegen Castro. Er waren zelfs enorme demonstraties voor Castro en tegen Amerika.


EMBARGO
Even tussendoor een overzicht van de Amerikaanse Embargo's tegen Cuba. Met name het handelsembargo waardoor vrijwel niemand ter wereld nog handel kan drijven met Cuba heeft grote gevolgen voor het land. Niet alleen zijn ze veel handelspartners kwijt, ze kunnen ook geen producten inkopen die ze nodig hebben. Denk aan machines voor de landbouw en het wegennetwerk maar ook aan machines voor in de ziekenhuizen.


De Verenigde Staten hadden in maart 1958 al een wapenembargo afgekondigd nadat het gewapend conflict tussen de rebellen van Castro en de regering van Batista. In 1960 werd de export van suiker uit Cuba naar Amerika sterk gelimiteerd. De Sovjet-Unie sprong echter in het gat en werd de grootste afnemer van suiker. Vanwege de steeds hechtere relatie tussen Cuba en de Sovjet-Unie besloot president John F. Kennedy een algemeen handelsembargo in te stellen. Voordat dit definitief werd voerde hij nog wel eerst twaalfhonderd Cubaanse sigaren voor zichzelf in. Na de Cuba-crisis stelde Kennedy ook een reisverbod in en Cubaanse tegoeden in de Verenigde staten werden bevroren.
De restricties om naar Cuba te reizen werden opgeheven onder de regering van president Jimmy Carter, maar president Ronald Reagan stelde die vijf jaar later weer in. Het embargo houdt in dat het verboden is voor Amerikaanse burgers om zonder toestemming naar Cuba te reizen.
Het embargo tegen Cuba werd wettelijk vastgelegd in de Cuban Democracy Act van 1992 en de Helms-Burton Act van 1996. Deze wetten maken het mogelijk om bedrijven te vervolgen wanneer zij handel drijven met Cuba, of indien het geen Amerikaanse bedrijven zijn, sancties op te leggen. De wet heeft ook als gevolg dat de president van de Verenigde Staten niet meer eigenhandig - zonder toestemming van het Congres - kan bepalen of het embargo wordt opgeheven. De Europese Unie maakte bezwaar tegen de wetten. Zij vond dat het de Verenigde Staten ongeloofwaardig maakte, omdat de VS juist andere landen dicteerde over de belang van een vrije wereldmarkt.
Het embargo werd onder president Bill Clinton iets afgezwakt door te stellen dat het wel mogelijk zou zijn om agrarische producten en medicijnen naar Cuba te exporteren voor humanitaire middelen. Cuba heeft lange tijd alle import geweigerd, maar nadat de orkaan Michelle in november 2001 Cuba trof stond de Cubaanse overheid haar burgers toe om hulpmiddelen van de Amerikanen te kopen.
De regering van president Barack Obama lijkt een andere koers te gaan willen varen. Zo heeft minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton gesteld dat het verbod voor Cubaans-Amerikaanse gezinnen om hun thuisland te bezoeken moet worden opgeheven. Op 23 april 2009 hefde Obama dit verbod ook daadwerkelijk op. Verder lijkt het erop dat hij het embargo verder ook wil verzachten omdat deze tot nu toe nauwelijks effect heeft gehad


DE BANDEN MET DE SOVJET UNIE
Omdat Cuba dus geïsoleerd was door de VS, was hulp van de Sovjet noodzakelijk. Castro liet merken dat hij een communist was maar toch had Moskou zijn twijfels om steun te verlenen. Omdat deze revolutie niet was geïnspireerd naar het voorbeeld van de Sovjet – Unie, en ook niet door haar was opgelegd. Maar het vooruitzicht een vazalstaat te hebben in het Caribische gebied was toch erg aantrekkelijk.
Toen de Cubanen zich beroofd zagen van de Amerikaanse afzetmarkt stak de USSR hun een helpende hand toe.
Ook op militair gebied steunde de Sovjet Cuba. Toen de Amerikanen dreigden binnen te vallen werden vele Russische kernraketten op Cuba geplaatst. Dit tot woede van Kennedy. Uiteindelijk is het gelukkig op een akkoordje gegooid, de Russen trokken hun wapens terug en de VS beloofde niet binnen te vallen. Wel verscherpte Kennedy het handelsembargo.

DE RAKETCRISIS:
Het leger werd onder leiding van Raúl Castro enorm uitgebreid en uitgerust met de modernste Russische wapens. Daarbij hoorden ook 42 langeafstandsraketten met kernkoppen die de meeste Amerikaanse steden konden bereiken. Het is nu nog steeds niet duidelijk wat de echte reden voor de installatie van de raketten is. Wat wel duidelijk is, is dat de aankomst van de raketten in september 1962 de wereld op het randje van een kernoorlog bracht.
In oktober bevestigden Amerikaanse spionnen de aanwezigheid van raketten op Cuba en Kennedey besloot in actie te komen. Hij verklaarde dat de raketten een ‘onaanvaardbare daad van agressie’ waren en naar dat ze naar de Sovjet-Unie teruggestuurd moesten worden.
Tot de raketten terug waren, zou de Amerikaanse marine het eiland van de buitenwereld afsluiten om de aflevering van nog meer raketten, die onderweg waren, te voorkomen. Na dagen van enorme spanning voor heel de wereld, stemde Chroestsjov er op 28 oktober in toe de raketinstallaties op Cuba af te breken en weg te halen. In ruil daarvoor zouden de VS zich niet meer met Cuba bemoeien.

Fidel Castro was woedend. Het compromis was gesloten zonder dat hij geraadpleegd was. De Cubaans-Russische verhouding verkoelde. Dat trok later wel weer bij, maar het werd nooit meer wat het geweest was.

EEN NIEUW CUBA:
Op Cuba begon de regering keihard te werken aan een betere economie en de gemeenschapsvoorzieningen. Er werden veel ziekenhuizen gebouwd, ook op plaatsen waar men nog nooit een arts had gezien en de gezondheidszorg was gratis voor iedereen. De regering vond onderwijs belangrijk. Leraren werden verspreidt over het eiland, waar 40 tot 50% van de bevolking niet kon lezen. Er kwam een (gratis) verplichte basisschoolopleiding.

Economisch was alles wat moeilijker. De eerste paar jaar richtte de regering zich op agrarische diversiteit en was sterk afhankelijk van de zware industrie en mijnbouw (naar Russisch model). Door oa het handelsembargo was er steeds minder voedsel voor de bevolking. Door het handelsakkoord met de Sovjet-Unie, waarbij Moskou tegen een zwaar gesubsidieerde prijs suiker zou afnemen, kon Cuba veel producten (van tractors tot voedsel) van de Russen en Oost-Europeanen kopen. Het werd voor Cuba makkelijker om in het buitenland voedsel te kopen, dan het zelf te verbouwen.

In 1980 zag het er goed uit voor Cuba. De Russen hadden toegestemd in uitstel van de aflossing van de Cubaanse schuld en ze hadden hun subsidies verhoogd. Nog meer goederen kwamen het land binnen, de benzine was zelfs bijna gratis!
Toen ging er iets mis. Een groep dissidenten drong de Peruaanse ambassade in Havana binnen en vroegen om asiel. Toen de ambassade weigerde hen aan de Cubaanse politie uit te leveren, liet Fidel Castro de bewakers weghalen als straf voor de ambassade die niet luisterde. Duizenden Cubanen stroomden het terrein van de ambassade op, in de hoop asiel te krijgen en naar de VS te mogen emigreren. Omdat er steeds meer berichten hierover kwamen in de buitenlandse pers, besloot Fidel Castro hen te laten vertrekken in kleine bootjes uit de haven van Mariel. Maar Castro slaagde erin deze emigratie in zijn eigen voordeel te doen keren, want al degenen die hij liever kwijt dan rijk was (dissidenten en misdadigers) kregen het advies te vertrekken. Toen Castro het emigreren weer verbood, waren er ongeveer 100.000 mensen geëmigreerd.

In 1983 werd op het kleine Caribische eiland Grenada de door Cuba gesteunde leider, Maurice Bishop, door radicalen in zijn eigen partij vermoord. President Ronald Reagan stuurde Amerikaanse soldaten naar Grenada, om Amerikaanse medische studenten te beschermen, maar in werkelijkheid om het regime omver te werpen. De Grenadese en Cubaanse tropen verloren al gauw en dit was de eerste overwinning van de VS op Fidel Castro.

CRISIS
Sinds de val van de USSR heeft Cuba het moeten stellen zonder de aanzienlijke hulp die het voorheen kreeg. Vanaf 1990 begon de Sovjet-Unie de gesubsidieerde leveranties aan Cuba te verminderen, terwijl de afname van suiker tegen prijzen boven de wereldmarktprijs tegelijkertijd ook werd teruggebracht.
In 1992 was het energietekort zo groot dat er niet eens gebruik gemaakt kon worden van landbouwmachines. Als gevolg daarvan produceerde Cuba in 1992 slechts 7 miljoen ton suiker, een van de slechtste resultaten van de laatste 15 jaar. Cuba raakte in een grote crisis terecht. Zonder afzetmarkt en handelspartners stortte de economie in.
In 1996 begon de economie van Cuba weer een beetje omhoog te kruipen. Onder andere in het toerisme kwam steeds meer werkgelegenheid. Hoewel cuba nog steeds heel beperkt is in het aantal landen waar het handel mee mag drijven ontstaan er wel meer kansen met landen als China en Venezuela.

Het gebrek aan democratie en de schaarste aan basisproducten sinds de grote crisis zorgen ervoor dat de jongere generatie sceptischer staat tegenover het regime. De oudere generatie blijft grotendeels loyaal omdat ze weten hoe het leven eruit zag toen het land nog gedomineerd werd door de landheren en het imperialisme. Als ze bovendien rond zich heen kijken naar de naburige landen, dan worden ze er direct aan herinnerd hoe het leven eruit zou zien indien het kapitalisme opnieuw ingevoerd zou worden.